Vraag een oude Terschellinger naar de naam van de bekendste scheepsramp bij het eiland en grote kans dat hij de naam noemt van het Amerikaans stoomschip "West Aletha". De reden dat dit schip zo bekend werd was de lading die o.a. bestond uit ruim 18.000 vaten Californische wijn! De "West Aletha" was een bijna nieuw schip dat voer voor de United States Shipping Board. In januari 1920 vertrok het schip vanuit San Fransisco met bestemming Bremen en Hamburg. Door problemen met het roer kwam het schip echter tijdens een zware storm bij Terschelling in nood en strandde op 2 februari 1920 bij het "Thomas Smitgat" in de beruchte Terschellinger gronden. De reddingboot "Brandaris" voer uit en slaagde erin langszij te komen zodat de 45 opvarenden in het springnet konden springen. Alleen kapitein Ewart sprong mis en ging onder de reddingsboot door maar werd later alsnog gered. De volgende dag brak het schip voor de brug in tweeën. Met de Nieuwe Bergings Mij. Te Maassluis werd een bergingscontract afgesloten. Aanvankelijk konden de bergers vanwege stormweer niets uitrichten. Intussen was ook de Terschellinger vissersvloot uitgevaren om goederen te bergen en tegen de avond keerde de wijnboot zwaar beschonken terug. Later kwamen bergers en vissers tot een overeenkomst waarbij de laatste met hun scheepjes werden ingeschakeld voor vervoer van de geborgen goederen naar West-Terschelling. Een deel van de lading wijnvaten was uit het schip gedreven en spoelde aan op de eilanden Vlieland, Terschelling en Ameland en zelfs op de Friese kust. Op het strand speelde zich fraaie taferelen af. De jutters boorden gaatjes in de wijnvaten om de smaak te proeven. Zoete wijn was favoriet. De vaten met zure wijn liet men in het zand leeglopen. Er werd gedronken uit de klomp, de hoed of zelfs met de pet en vele vaten kwamen niet in handen van de strandvonder maar verdwenen spoorloos in de duinen.
Heel Terschelling rook naar drank!
Eind november 1920 haalden duikers de laatste vaten uit het wrak naar boven en daarmee kwam een einde aan deze spectaculaire berging. Vele vaten werden verkocht door de strandvonder. Zo begon J.W. Siebrand uit Kampen door aankoop van een vat wijn een wijnhandel die later zou uitgroeien tot een der grootsten van ons land. Ook de Terschellinger Jan Kooijman uit Baaiduinen begon samen met Stienstra uit Harlingen een drankenhandel met wijn uit de "West Aletha". Ze lieten zelfs hun eigen etiketten drukken en verkochten vele jaren de zeer gewilde wijnen. De woning van Jan Kooijman is genoemd naar het schip. De kozijnen van dit huis zijn gemaakt van grenenhout dat tot de lading van het schip behoorde.
Tekst: Hille van Dieren,